Vraag:
Ik gebruik glucosamine voor de honden. Het zijin Belgische herders, Tervueren. Ze wegen zo tussen de 18 en 25 kg. Ik geef ze 1500 mg tabletten per dag. Nu heb ik een drachtige hond. Kan ik nu gewoon doorgaan met de glucosamine? Ook krijgen ze nog Metacam voor de botten. Dit kan ik echter niet geven aan een drachtige teef. Vandaar de vraag of glucosamine wel gegeven kan worden.
Antwoord:
De dosering van 1500 mg is aan de hoge kant. De helft is voldoende en bovendien veiliger. Bij zwangerschap raden wij het gebruik van glucosamine af. Er zijn geen gegevens over de veiligheid van glucosamine voor het ongeboren dier. Het is echter niet uitgesloten dat glucosamine in deze kritieke fase van de ontwikkeling een negatieve invloed heeft, dus daarom is het beter geen risico te nemen.
Vraag:
Meestal is het zo dat er ook vitamine-E in de visolie zit als anti-oxidant. Ik gebruik momenteel uw visolie en was hier even benieuwd naar. Daarnaast nog de vraag hoe het zit met het gehalte aan purine. Ik hoorde van mijn chiropractor dat deze stof niet zo goed is voor de gewrichten?
Antwoord:
Onze visolie bevat de natuurlijke vorm van vitamine-E, namelijk gemengde tocopherolen. Dit is een gebalanceerde mix van de verschillende vormen van vitamine-E (tocopherolen). Dit is beter dan het meestal gebruikte D-tocopherol.
De visolie bevat geen purines. Purines zitten in de eiwitten van vis, niet in de olie. De gelatinewand bestaat wel uit eiwit, maar bevat eveneens geen purines.
Vraag:
Op diverse websites wordt de werking van bijvoorbeeld glucosamine in twijfel getrokken, hierbij verwijzend naar een GAIT-onderzoek uit 2006. Wat is uw mening hierover?
Antwoord:
De GAIT-studie is een grootschalige studie, betaald door de Amerikaanse overheid, waaraan duizenden mensen hebben deelgenomen. Het is dus een erg belangrijk studie geweest. Tegenstanders van glucosamine en chondroïtine zien in de onderzoeksresultaten het bewijs dat de supplementen niet werken. Voorstanders zien er juist het tegenovergestelde in. Enige toelichting is op zijn plaats:
- De in de GAIT studie gebruikte vorm van glucosamine, hydrochloride, is minder effectief dan de door ons (en veel andere merken) gebruikte sulfaat-vorm. Dat verklaart mogelijk waarom glucosamine (als losstaand supplement) niet zo goed uit de studie kwam. Veel critici gaan hier volledig aan voorbij.
- De proefpersonen werden voor een periode van zes maanden gevolgd. Het is bekend dat glucosamine en chondroitine ook na die periode nog voor verdere verbetering kunnen zorgen. Dat is in deze studie dus niet gemeten.
- Overigens ervoeren veel mensen met de glucosamine wel verbetering. Maar dat effect werd deels teniet gedaan doordat veel mensen die een placebo (neppil) kregen ook verbetering ervoeren. Een zeer vreemd verschijnsel, wat erop kan duiden dat er iets fundamenteel mis was met de onderzoeksopzet.
- De combinatie glucosamine met chondroitine scoorde wel erg goed (mogelijk omdat de chondroïtine wel het belangrijke ‘sulfaat’ bevatte). U kunt dat zien in onderstaande tabel. P staat voor Placebo (neppil), CE voor het medicijn Celebrex, een pijnstiller, G voor Glucosamine hydrochoride, CS voor Chondroitine Sulfaat en G+CS voor de combinatie van deze laatste twee. Bij de mensen met matige tot ernstige artrose (WOMAC Pain 301-400mm) scoort de combinatie van glucosamine en chondroïtine 79.2%, veel beter dan placebo, de pijnstiller Celebrex en de losse producten. Een zeer overtuigende uitslag.
| Response Rates by Treatment Group and Pain Stratum | |||
| All patients | WOMAC Pain 301-400mm |
WOMAC Pain 125-300mm |
|
| P | 60.1% | 54.3% | 61.7% |
| CE | 70.1%** | 69.4%¶ | 70.3%* |
| G | 64.0% | 65.7% | 63.6% |
| CS | 65.4% | 61.4% | 66.5% |
| G+CS | 66.6%+ | 79.2%# | 62.9% |
| ** p= 0.008 CE vs. P; + p= 0.09 G+CS vs. P; ¶p = 0.06 CE vs. P; # p = 0.002 G+CS vs. P; * p= 0.04 CE vs. P | |||
Er is nogal wat aan te merken op de berichtgeving rondom de GAIT-studie en de media-aandacht voor ‘negatief’ onderzoek in het algemeen. Indien u wat meer achtergrondinformatie over de GAIT-studie wilt lezen, zou u eens kunnen kijken op de site van Dr. Theodosakis, een autoriteit op het gebied van glucosamine die betrokken was bij dit onderzoek.
Vraag:
Sinds vorige week zijn we erachter gekomen dat onze rottweiler van 8.5 jaar artrose heeft aan zijn onderste ruggenwervels. Ze krijgt nu speciaal voer, Specific Joint Support, en als extra elke dag Metacam. Toch trekt ze ’s morgens nog met haar pootje als ze opstaat. Ze jankt niet meer en het is ook zo over, maar ik vind het erg vervelend dat ze toch nog pijn heeft. Het voer zou binnen 3 weken moeten aanslaan en dan zou ze eventueel zonder Metacam kunnen. Ik betwijfel dit omdat ze, ondanks de Metacam, toch nog met haar pootje trekt. Nu lees ik op internet dat er nog meer dingen zijn die we haar eventueel ter ondersteuning kunnen geven, zoals glucosamine en chondroitine. Kunnen jullie mij meer uitleg geven over wat ik mijn hond nog eventueel zou kunnen aanbieden?
Antwoord:
Wij krijgen redelijk wat feedback van klanten die glucosamine en soms ook chondroïtine aan hun hond geven. Veruit de meeste honden blijken er bij gebaat te zijn. Die honden hebben echter in de meeste gevallen slijtage aan heup- of elleboogkraakbeen door dysplasie. Iets wat veel voorkomt bij honden.
We hebben nog geen ervaring met honden die artrose hebben aan de rug. Bij mensen hebben we die wel. Er blijkt een groot verschil te zijn in de werking van de supplementen als deze niet voor bijvoorbeeld knie of heup wordt ingezet, maar voor artrose van de rug (tussenwervelschijven). Waar normaal gesproken de werking meestal binnen 3 maanden merkbaar is, duurt dit bij de rug vaak iets meer dan een jaar. Pas na 2 jaar is het effect heel duidelijk.
Honden reageren over het algemeen sneller dan mensen. Als ik de resultaten van mensen extrapoleer naar uw hond, dan denk ik dat u een termijn van zeker een half jaar moet aanhouden om te kunnen beoordelen of het werkt. Overigens hebben de mensen met tussenwervelschijfartrose van wie wij feedback kregen, allemaal de combinatie van glucosamine en chondroïtine gebruikt.
De dosering glucosamine is bij honden is als volgt:
- Tot 15 kg lichaamsgewicht: 0,5 capsule van 750 mg glucosamine per dag (u kunt de capsule openen en de helft van het poeder gebruiken).
- 15-35 kg lichaamsgewicht: 1 capsule van 750 mg glucosamine per dag.
- 35 kg of meer lichaamsgewicht: 2 capsules van 750 mg glucosamine per dag.
Voor chondroïtine geldt hetzelfde aantal capsules.
Vraag:
Ik had een vraag over de dosering van Arthro-5. Dit middel gebruik ik sinds ongeveer 3 maanden, de normale dosering is 6 capsules. Kan het kwaad de dosering te verhogen naar 7 of 8 capsules? Ik doe al jaren aan sport, ben 195 cm lang en weeg 130 kg. Omdat ik wat groter en zwaarder dan gemiddeld ben, neem ik sinds een maand 8 capsules per dag. Er is enige verbetering opgetreden. Kan de hogere dosering van 8 capsules nadelige effecten geven? Ik heb geen bijwerkingen verder, maar wil graag een advies over deze dosering van u.
Antwoord:
Voor iemand met uw gewicht en lengte is een iets hogere dosering waarschijnlijk zinvol. De kans op nadelige effecten wordt absoluut gezien wat groter bij 8 capsules. Maar waarschijnlijk zal het risico niet verschillend zijn ten opzichte van iemand van 1.70 m. en een lichtere postuur die 6 capsules gebruikt. Ik hoop dat de verbetering verder doorzet. Misschien kunt u naar verloop van tijd toch weer afbouwen naar 6 capsules.
Vraag:
Als ik Arthro-5 gebruik moet ik daarnaast dan ook nog glucosamine en chondroïtine slikken?
Antwoord:
Arthro-5 bevat reeds de aanbevolen doseringen van glucosamine en chondroïtine. U hoeft deze supplementen daarom niet meer apart in te nemen.
Vraag:
Ik gebruik nu visolie van een duur merk. Uw product is drie keer voordeliger, maar heeft wel een lagere concentratie Omega-3 vetzuren EPA en DHA (360 mg versus 650 mg). Ook zit er relatief meer EPA in mijn huidige product; ze zeggen dat dit belangrijk is. Maak ik een goede keus als ik op uw visolie overstap?
Antwoord:
Er zijn visolie-supplementen die vooral veel EPA bevatten. Wij hebben het altijd opmerkelijk gevonden dat er fabrikanten zijn die de vetzuren EPA en DHA splitsen in aparte producten. Het is onze indruk dat de meeste van deze fabrikanten daar alweer van afstappen. Dat lijkt ons ook logisch want vrijwel iedereen kan beide vetzuren goed gebruiken. Het idee dat volwassenen geen DHA meer nodig hebben omdat het alleen een functie als bouwstof zou hebben is inmiddels achterhaald. Het is zelfs geopperd dat voor volwassen mannen DHA het meest van belang zou zijn.
Een visolie met een hogere concentratie is wel handig als men heel hoge doseringen Omega-3 visvetzuur wil hebben, zonder een bloedverdunnend effect. Een hele hoge dosering is namelijk bloedverdunnend.
Voor mensen die een normale dosering EPA en DHA gebruiken, is onze visolie van het merk Marinol (Lipid Nutrition) een logische keuze. Met 1 capsule heeft u al ongeveer de door de gezondheidsraad aanbevolen hoeveelheid, met 2 capsules heeft u zelfs al flink meer.
Een hoger gehalte Omega-3 vetzuren dan in ons product kan overigens alleen bereikt worden door de vetzuren chemisch los te knippen van de glycerol ‘kapstok’. Na het scheiden van EPA en DHA van de ‘ongewenste’ overige vetzuren worden EPA en DHA weer vastgeplakt aan het glycerol molecuul.
Glycerol heeft 3 posities waaraan vetzuren kunnen binden. Van nature zit DHA vooral aan de beta-positie van het glycerol. Voor zover ik weet zijn fabrikanten niet in staat om het DHA weer op die plaats terug te ‘plakken’. Het wordt verondersteld dat dit gevolgen heeft voor de wijze waarop het lichaam de DHA verwerkt.
Onze visolie heeft ongeveer de hoogste concentratie EPA en DHA die op natuurlijke wijze bereikt kan worden, zonder chemisch knip- en plakwerk.
Vraag:
Kunt u mij informeren wat het HCI-percentage is van jullie glucosamine capsules?
Antwoord:
HCI (met een grote letter i) bestaat niet in glucosamineverbindingen. U zult doelen op HCl (met een kleine letter ‘L’). Dat staat voor hydrochloride.
Er is geen goed wetenschappelijk bewijs dat glucosamine hydrochloride werkt. Dat bewijs is er wel voor glucosamine sulfaat. Ook in de praktijk hebben wij gemerkt dat glucosamine sulfaat effectiever is. Dat is de reden dat we alleen deze vorm verkopen.
Vraag:
Ik vernam via een vriend dat glucosaminezalf moeilijk verkrijgbaar is. Waar kan ik deze zalf aanschaffen ? Of kan ik deze rechtstreeks bij jullie bestellen ?
Antwoord:
Omdat er (nog?) geen wetenschappelijk bewijs is voor de werkzaamheid van glucosaminezalf, verkopen wij deze niet. Het is onduidelijk of glucosamine in betekenisvolle hoeveelheden wordt opgenomen via de huid en als dat wel zo zou zijn, of het via de onderliggende weefsels het gewricht bereikt. De kans acht ik klein. Onze ervaring is dat glucosamine in capsules gemiddeld redelijk goed werkt. De kans op succes is zo’n 65%.
Vraag:
Ik ben me aan het oriënteren of ik gebruik wil gaan maken van glucosamine, nu lees ik ook van het supplement chondroïtine. Hoe weet ik wat voor mij beter is, of is het een combinatie van beiden?
Antwoord:
Glucosamine en chondroïtine zijn beide vrij sterke supplementen. Ze beschermen het kraakbeen in de gewrichten. Chondroitine lijkt wat beter te zijn die beschermende werking, glucosamine heeft als voordeel dat het daarnaast ook effectief bij de smering van de gewrichten, waardoor die soepel blijven.
Gecombineerd is het effect van beide producten nog wat sterker. Het is daarbij wel van belang de juiste dosering aan te houden: 1500 mg glucosamine (2 capsules per dag) en 1200 mg chondroïtine (2 capsules per dag, hoewel bij dit product 1 capsule ook nog effect zal hebben).
Overigens is een aanzienlijk deel van de chondroïtine die in Europa te koop is, geen echte chondroïtine, maar gemalen kraakbeen. Wij hebben daarom gekozen voor de meest vooraanstaande leverancier ter wereld, het Spaanse BioIberica. Dat bedrijf wordt vanwege de strenge kwaliteitshandhaving vaak gekozen om chondroïtine voor wetenschappelijk onderzoek te leveren.




